vrijdag 12 april 2013

Mannen van de vuilkar dwingen referendum af

Een volksraadpleging om de privatisering van de stedelijke reinigingsdienst tegen te houden: het stadspersoneel van Sint-Niklaas en hun vakbonden schrijven syndicale geschiedenis. Bericht uit het Waasland.


“Dag meneer, woont u in Sint-Niklaas? Ja? Heeft u onze petitie al getekend?” Het is donderdagnamiddag en terwijl de terreinwagens van de laatste marktkramers in een trage, schokkende polonaise de Grote Markt verlaten staan aan de bibliotheek, een paar honderd meter verder op het Heymanplein, vakbonders handtekeningen in te zamelen. “Voor de tweede dag op rij”, zegt Maarten Bieseman van ACOD. “Gisteren zijn we van deur tot deur geweest, nu concentreren we ons op openbare gebouwen en cafés.”

Een oude man met een grote grijze klak en een bruine wandelstok die voor zijn wekelijks jeneverke naar café ‘t Gildenhuis schuifelt, meldt dat hij al getekend heeft. Maar hij informeert toch geïnteresseerd naar de tussenstand. “Al 7.200 handtekeningen? Dan hebben ze het aan hun kloten”, grijnst hij tevreden. ‘Ze’, dat zijn de dames en heren van het schepencollege van Sint-Niklaas dat bestaat uit N-VA, sp.a en Groen. En ‘het’, dat is het referendum over de privatisering van de reinigingsdienst, de inzet van de petitie.

Een volksraadpleging tegen privatisering? Het is een unicum in de syndicale geschiedenis. Maar in het Waasland wel een met perspectief. Bij 7.400 handtekeningen is het Sint-Niklase stadsbestuur verplicht een referendum te organiseren. Aan de bibliotheek weten ze: nog even en die kaap is gerond. Dan mag de champagne ontkurkt en wordt er gezongen. “De sympathie van de bevolking is enorm”, zegt Stefaan Vertenten. “Toen we vanochtend in groep naar de Markt reden stond er op de Parklaan een vrouw de ramen van een interimbureau te kuisen. Ze zag ons en begon met haar zemelap te zwieren. Precies Les lacs du Connemara maar dan om te zeggen: ik steun jullie.”

“Ik wist niet dat de mannen van ’t stad zo graag gezien waren”, fluistert hij. “Ik denk dat veel Sint-Niklazenaren goed beseffen waar het om draait. Politici spreken altijd over een kerntakendebat. Wel dan. Gaan we zwemmen in het Stedelijk Zwembad? Gaan we aan een betaalbaar tarief naar de bib? Zit oma of opa in het OCMW-rusthuis? Bezoek je de schouwburg? Gaan je kinderen naar het stedelijk basisonderwijs? De overheid levert een dienst aan de bevolking aan een eerlijk sociaal te rechtvaardigen kostprijs of een sociaal herverdeelde kostprijs. De privé dient om winst te maken en dat heeft z’n gevolgen voor service en prijs. De mensen weten dat.”

Niet zoals bij de waterdienst


Een paar jaar geleden verpatste het stadsbestuur al de stedelijke waterdienst. Dat gebeurde zonder slag of stoot. Dat het met de reinigingsdienst anders zou gaan stond in de sterren geschreven. Ze voert al actie sinds de plannen om de dienst te privatiseren bekend raakten. Toen ze dinsdagochtend hoorde dat het stadsbestuur “geen onderhandelingsmarge” meer zag legde ze het werk neer. Een paar uur later stroomde de centrale hall in de stadswerkplaatsen vol: die van de groendienst, openbare werken, de ateliers, signalisatie, enzovoort. En de mannen van de vuilkar vertelden hun collega’s over het referendum waarmee ze in hun hoofd liepen, en uit de zaal klonk: ‘wij doen mee, want straks zijn wij aan de beurt.’

“Woensdag zijn in plaats van de veertig werknemers van de reinigingsdienst meer dan honderdvijftig man van alle stadsdiensten met onze petitie van deur tot deur gegaan”, vertelt ACOD-délégué Patrick De Rudder. “Dat blijven we ook de volgende dagen nog doen. Tegen zaterdag hebben we aan negentig procent van de huizen in de stad aangebeld. We zullen veel meer dan de nodige 7.400 handtekeningen ophalen.” Hij weet niet waar hij het meest content om moet zijn: om de hartverwarmende reacties van de bevolking of om de solidariteit bij de rest van het personeel. “De bibliotheek bleef zelfs gesloten. De mensen van de schouwburg konden dan weer moeilijk weg wegens dansvoorstellingen van Clapaja: ze beslisten dan maar voor en na de show met de petitie rond te gaan.”

De Rudder, die volgend jaar met pensioen gaat maar dat rustig uitboljaar al uit zijn gedachten heeft gezet, zegt dat hij de voorbije dagen collega’s politiek hoogstaande interviews aan de regionale pers heeft zien weggeven alsof ze nooit anders gedaan hebben. “Er zijn veel discussies. Hoe komt het dat er zes miljoen per jaar moet bespaard worden? Waar is dat geld naar toe? Hoe zit het met Dexia? En we zijn ook bezig met vragen als: hoe brengen we onze boodschap het best over aan de burger? Wat marcheert wel, wat niet? En met het referendum is er ook het gevoel: we hebben iets in handen waarmee we het stadsbestuur van gedacht kunnen doen veranderen.”

Verbijsterd

N-VA-burgemeester Dehandschutter zei in een radio-interview “verbijsterd” te zijn: waarom staken als er geen naakte ontslagen komen? Want de werknemers van de reinigingsdienst krijgen straks elders onderdak.

Sp.a en Groen stuurden vorige week zelfs een persbericht rond. Daarin lees je onder andere dat het kartel streng zal toezien via hun vertegenwoordiging in de MIWA (de vereniging voor huisvuilverwerking van het Midden-Waasland, tb) op de loon- en arbeidsvoorwaarden van dienstverleners die intekenen op het contract voor de afvalophaling. “Kent het kartel soms een firma voor afvalophaling met goede arbeidsvoorwaarden?”, vraagt PVDA+verantwoordelijke Jan Vandeputte. “Wij niet. Veel werknemers in die sector krijgen enkel dagcontracten via interimwerk, om nog maar te zwijgen over de veiligheid bij die firma’s. Wat het progressief kartel hier beweert, is ronduit beschamend. Hun vertegenwoordiging in de MIWA gaat het verschil helemaal niet maken.” Hij merkt op dat het hem doet denken aan de sociaal-democratische sirenegezangen die die de privatisering van de ASLK en de liberalisering van de energie begeleidden.

Wordt vervolgd

Donderdagavond krijgen we in ’t Gildenhuis, het bastion van het ACW, het bericht dat de 7.400 signaturen al ruim overschreden zijn. Een biljarter zegt met een spijtig gezicht tegen Maarten Bieseman dat hij niet kan tekenen: hij woont in Beveren. Maarten riposteert dat het niet geeft. Als ik in ‘t laat naar huis wandel, denk ik aan Saramago, de oude schrijver. Hij wist al: ‘Men privatiseert de zee en de hemel, men privatiseert het water en de lucht.’ Maar de privatisering van de Sint-Niklase reinigingsdienst heeft het stadsbestuur nog niet voor elkaar. Nog lang niet.

maandag 25 maart 2013

Aan de GB zijn scouts vervelender dan straatmuzikanten

Het was zaterdag en al laat op de ochtend toen ik over het Heymanplein richting GB schaatste. Aan de inkom, vlakbij de stoet geparkeerde winkelkarretjes, trok de gerant van de supermarkt juist een lange zwarte streep onder zijn hoog oplopende discussie met een straatmuzikant, een dikke besnorde Rom waarvan ik dacht dat hij hier een abonnement had: “Waarom gij hier wegmoet?! Omdat ik dat zeg!! Bol het af!!!” Om zijn woorden kracht bij te zetten molenwiekte hij vervaarlijk met zijn armen gelijk een boer met zijn riek wanneer hij een bende moeskoppers van zijn akker verjaagt.

Terwijl de muzikant afdroop schuifelde ik samen met de gerant de supermarkt binnen. In het deurgat overwoog ik hem te zeggen dat ik niet hou van gij-moet-hier-weg-omdat-ik-dat-zeg, laat staan van boeren met riek. Beleefdheidshalve hield ik het bij informeren: boer-gerant wist toch dat zijn koninkrijk maar tot aan het afdak met de betonnen pilaren reikte? Want wat als die Rom zich nu eens twee meter verplaatste en een openluchtconcert gaf? Hij haalde zijn schouders op en foeterde dat die kerel zijn klanten lastig viel, zeker als hij zich weer vol met goedkoop bier had gegoten.

Tien minuten later wandelde ik met mijn Frans brood en mijn weekendgazet de GB uit. Na vier seconden hingen er twee jeugdige bruinhemden aan mijn been. Ze waren lid van de scouts en probeerden azalea’s te slijten, vijf euro voor een potteke. Wie al eens het Heymanplein passeert weet: vooral op zaterdag kan je de GB niet verlaten zonder aangeklampt of omsingeld te worden door kleine vliegende commercanten in uniform, of het nu voor azalea’s chocolade, snoep, spekken, snoep of wenskaarten is. Wat de confituurpot is voor wespen is de GB op het Heymanplein voor de Sint-Niklase scouts, chiro en KLJ.

Mij hoor je daar voor alle duidelijkheid niet over klagen. Wie niet wil kopen koopt niet, op uitzondering van ons moeder die niet aan een kinderblik kan weerstaan en in de loop der jaren een indrukwekkende stock chocolade, snoep, enz. opbouwde.

Maar bent u ooit al eens aan uw mouw getrokken door een straatmuzikant? Door twee, drie die tegelijk op u af komen gelopen? “Allez meneer, toe, ’t voor onze kas?” Ik niet.

De gerant van de GB kan zijn huiszigeuner veel verwijten: dat hij enkel de looks van Djangho erfde, dat hij duizend keer minder aaibaar is dan kindjes van jeugdbewegingen en dat hij niet accordeert met de verfraaide gevel van de GB, het vernieuwd interieur en de gezelligheid van de GB-wintercatalogus. Maar zijn klanten lastigvallen? Hen aanklampen? Als boer-gerant dat als criterium voor zijn voordeurpolitiek neemt moet hij beginnen met de scouts en de chiro van zijn erf te gooien.

Zelfs als ze zich niet met goedkoop bier hebben volgegoten.

vrijdag 11 januari 2013

De terugkeer van het VNV in het schepencollege van Sint-Niklaas

Polemiek in de provincie. Met Peter Buysrogge heeft Sint-Niklaas voor het eerst in meer dan zestig jaar een VNV-schepen. Bericht over “een wat misplaatste jongerengrap” waar ook nationale N-VA-boegbeelden als Theo Francken en Liesbeth Homans bij betrokken zijn.

Het was een journalist van Het Laatste Nieuws die de kat de bel aanbond. In Sint-Niklaas, zo klonk het op de regionale pagina’s van zijn krant, circuleert een mail waaruit zwart op, nou ja, wit blijkt dat Peter Buysrogge, plaatselijk schepen van wonen, sport en personeel en oud-woordvoerder van Vlaams minister Bourgeois, lid is of was van een gezelligheidsclubje binnen de N-VA met de naam ‘VNV’, de ‘Vlaams-Nationale Vrienden’.

Oud nieuws is geen nieuws. Buiten Sint-Niklaas doen die VNV-mails, want het zijn er twee, al langer de ronde. Ze werden vorig jaar gelekt door de uitgerangeerde Bas Luyten, Kuifje in Thailand, en haalden onder andere Humo en De Morgen. Afzender is twee maal N-VA-Kamerlid en huidig burgemeester van Lubbeek Theo Francken, die ook beide keren ondertekent als “waarnemend VNV-leider” (sic). Hij nodigt zijn leden uit om op een feestje “samen de grote lijnen van het bestuur (en vooral het einde) van het land uit te tekenen”.

Zijn VNV-leden, dat zijn of waren naast Buysrogge andere prominente N-VA-mandatarissen of personeelsleden als Karl Vanlouwe, Guy Uyttersprot, Liesbeth Homans, Joachim Pohlman, en Matthias Diependaele. In een vrolijke bui maant Francken hen aan tot discretie: “Verklikking = de kogel of een nachtje alleen op de kamer met Christian Dutoit.” En: “Regel 1= We spreken niet over de VNV! Regel 2= We zwijgen over alles wat er tijdens de VNV-meetings gebeurt!”

“Wij kunnen om dat soort dingen lachen”
Het historische VNV, het Vlaamsch Nationaal Verbond van Staf De Clercq, is zoals bekend de partij die vóór de Tweede Wereldoorlog campagne voerde met de slogan “Weg met de Joden” en tijdens de Krieg enthousiast met de nazi’s collaboreerde. Maar ziek is niet de geest van wie meer dan zestig jaar na datum een club met dezelfde naam opricht, ziek is de geest van de Sint-Niklazenaar die de wenkbrauwen fronst bij het feit dat een schepen van zijn stad deel van dat VNV 2.0 uitmaakt.

Dat de VNV-mails, als een oud vervelend spook, weer opduiken: in Het Laatste Nieuws toont Buysrogge zich iets tussen verontwaardigd en verveeld. “Dit is niet meer dan een ludiek mailtje tussen N-VA-collega’s uit het Vlaams parlement indertijd, die elk half jaar samen eens uit eten gingen”, riposteert hij. “We noemden onszelf puur voor de grap VNV, achteraf bekeken misschien een wat misplaatste jongerengrap.” Ook Bas Luyten had het in Humo al over de interne humor van Vlaams-nationalisten. “Wij kunnen om dat soort dingen lachen”, klonk het toen.

Over humor valt natuurlijk niet te redetwisten, en elke heug zijn vrijetijdsmeug. Maar zelf hebben wij ons toch al vaker verbaasd over de vreemde smaak van Vlaams-nationalisten. Ooit kregen wij op de Broedersschool, op tweehonderd meter van het kabinet van Buysrogge, studie van de heer Creve, die tijdens de werkuren zijn leerlingen geschiedenis onderwees en ervoor en erna de VMO aanvoerde. Vandaag prijkt zijn naam broederlijk naast die van Bart De Wever op de lijst van Jaarboek & Nieuwsbrief-medewerkers van vzw Studiecentrum Joris Van Severen.


Bloemen voor Staf De Clercq
Binnen progressief Sint-Niklaas wordt de kwestie druk besproken. De N-VA bestuurt het betonstadje samen met het kartel sp.a-Groen, beide lijsten hadden zelfs een voorakkoord. Boegbeeld Freddy Willockx, zelf zoon van een verzetsman, vertelde na de verkiezingen dat dat enkel mogelijk was omdat de N-VA in Sint-Niklaas niet besmet is door Vlaams Belangkandidaten. In de cafés op de Markt gaat nu het verhaal dat Willockx zich in de luren heeft laten leggen: hij had de plaatselijke N-VA-lijst laten screenen op Vlaams Belangers maar was de VNV’ers vergeten.

Voor alle duidelijkheid: ons hoort u hier niet tamboereren dat Buysrogge nu de poldernazi van Sint-Niklaas is. Voor zover wij weten heeft hij nooit bloemen aan het graf van De Clercq gelegd, zoals kersvers Antwerps N-VA-député Luk Lemmens dat in 2004 wel nog deed, Buysrogge beperkt zich tot slecht geschreven speeches voor de Amedee Verbruggenkring. Maar: wie actief is of is geweest in gezelligheidsverenigingen met de naam VNV, zelfs als is het maar voor te lachen, moet niet komen klagen dat hij op z’n minst een odeur van fascisme verspreidt.

Noch Lode Wils verketteren. Die historicus van de Vlaamse Beweging riep onlangs in De Standaard nog het beeld op van een jas. Een jas kan je uittrekken, maar een verleden niet. “Het Vlaams-nationalisme kán zich niet volledig losmaken van dat verleden. Als je kijkt naar het Vlaams Nationaal Zangfeest of naar de IJzerbedevaart, is dat toch evident? Het Vlaams-nationalisme wordt in belangrijke mate gedragen door de erfgenamen van de collaboratie.”

PS: Weet u overigens welke gemeenteraadscommissie Vlaams Belanger Frans Wymeersch straks gaat voorzitten? Die van personeel, die van Buysrogge. Blokker van het eerste uur Wymeersch raakte in 2012 voor tien jaar zijn burgerrechten kwijt na een veroordeling wegens het aanzetten tot rassenhaat, maar hij ging in beroep en kon zo toch aan de verkiezingen meedoen. SOS 2012-gemeenteraadslid Ali Sahli spreekt van het opheffen van het cordon.

zaterdag 17 november 2012

vrijdag 28 september 2012

Liberaal of sociaal: SP heeft het debat in Nederland weer naar links geduwd




ROTTERDAM - De Nederlandse verkiezingen van woensdag 12 september zal de SP wellicht niet winnen. De prijs voor het aanzwengelen van het maatschappijdebat ongetwijfeld wel. Bericht uit Rotterdam-Zuid over de kettingzaag van Roemer, en ook een beetje over de bijrol van Wilders en het haar van Samsom.


Een oude dame met een grote zwarte bril die de helft van haar gezicht bedekt, staat te draaien en te keren bij aardappelhandel Henk Kruythoff om uiteindelijk zonder iets te kopen verder te schuifelen. Een marktkramer met shirt van Manchester United roept: "Drie horloges voor tien euro", en een jonge gast met veel gel in zijn haar, verkoper van origineel Surinaams schepijs, roept niets, want is zijn lief aan het kussen.

Het is zaterdagochtend en de Nederlandse verkiezingen staan voor de deur, maar het Rotterdamse Afrikanerplein, op een paar honderd meter van de Erasmusbrug en De Kuip, het stadion van Feijenoord, laat het niet aan zijn hart komen.

Op de markt is het van hetzelfde vrolijk gewriemel en gekrioel in alle talen van de wereld als op andere dagen. We banen ons een weg door de mensenzee en klampen hier en daar iemand aan. Maar als verkiezingen de hoogmis van de democratie zijn, dan is Rotterdam-Zuid toch geen devoot koor. Linda moet niet van postjespakkers weten, Larbi mag niet stemmen, en een Spaanse furie verklaart dat ze niet kiest wegens zelf al door Jehova uitverkoren.

De marktgangers die wel honderduit praten hebben het over hun werk, hun uitkering, hun ziekteverzekering, hun pensioen. Het zijn toevallig de thema's van de SP (Socialistische Partij), die hier prominent op de markt rondloopt.

De wonderboy van Europees links

Die SP is de wonderboy van West-Europees links. Van maoïstisch schoffie uit Oss tot grote jongen in Den Haag: vorige maand voorspelden peilers zelfs even dat de partij de verkiezingen zou winnen. "De SP groeit omdat de mensen heel goed beseffen dat het straks gaat om de vraag: liberaal of sociaal", meent Tweede Kamerlid Sadet Karabulut, zesde op de SP-lijst en hier op de markt verkiezingsflyers en sponzen in de vorm van een tomaat distribuerend.

"Een halt aan het beleid dat miljarden in de banken blijft pompen, een betere verdeling van de rijkdom, de marktwerking uit de gezondheidszorg, de huurprijzen omlaag: iedereen weet waar wij voor staan."

Liberaal of sociaal: je hoeft geen doctoraat politicologie te hebben om te zien welke richting de vloot van Piet Hein op dit moment uitvaart. Nederland lijkt steeds meer op Duitsland. Er kwam een verhoging van het eigen risico in de zorg, een optrekking van de pensioenleeftijd boven de 65 en de BTW ging omhoog naar 21 procent.

En daarnet, tussen de fetakaas en olijven en noten in allerlei soorten en maten, vertelde een vrachtwagenchauffeur met bijna dertig jaar dienst ons nog wat zijn baas vanaf 2014 maar moet doen om hem te ontslaan: zes maanden loon uitbetalen. In de vorm van opleidingskosten. Daarmee mag onze vriend zich dan herscholen tot bakker of krantenboer. Hij kan ook uitzendarbeider worden, Oranje is de kampioen van de uitzendsector.

De SP heeft het debat weer naar links geduwd. De extreemrechtse Geert Wilders (PVV), vorige verkiezingen nog dé man, zit nu aan de tafelrand. "Wilders heeft concessies gedaan, beloftes gebroken en de zaak verkloot", zegt Karabulut, terwijl ze een reporter van L’Humanité teken doet dat hij even moet wachten. "Maar bovenal is het crisis, het gaat helemaal niet om de islam, het thema van de PVV. Nu, vergis je niet, hij zal zijn stemmen nog wel halen. Uitgeteld is Wilders niet."

En ze voegt er aan toe dat haar partij en de PVV geen communicerende vaten zijn. "Wij zijn blij met elke stem, ook als die van kiezers van Wilders komt. Maar electoraal zit de concurrentie wellicht vooral bij de PvdA."

De klassieke sociaal-democratie staat wat verderop in de septemberzon te puffen. In de peilingen heeft de PvdA de SP voorbijgestoken. Tot opluchting van velen, ook van Seyit Yeyden, de PvdA-districtsburgemeester van Feijenoord die ballonnen uitdeelt bijna even rood als de blos op zijn kaken. Hij vindt de SP sociaal sterk, maar economisch zwak.

"Je moet ze wel eerst verdienen", zegt hij, terwijl hij met duim en wijsvinger het universele gebaar maakt. "En er kan maar zoveel buitengaan als er binnenkomt". Zijn relaas over creatief bestuur, keuzes maken en die uitleggen aan de bevolking klinkt wat vermoeiend. Maar we begrijpen waar hij naar toe wil: de PvdA is een ervaren herder, de SP een jonge zotte hond.

Emile Roemer en The Texas Chainsaw Massacre

's Middags slenteren we terug de Maas over, naar de andere kant van de stad, naar het Rotterdam van buildings en beton. Een helikopter cirkelt als een krijsende ijzeren vogel rond de Erasmusbrug, het zijn Wereldhavendagen. Die trekken meer volk dan het verkiezingsdebat met zeven Tweede Kamerkandidaten op het Stadspodium aan de Laurenskerk.

Een D'66'er met een hoog voorhoofd stelt voor de huurprijzen op te trekken omdat het dan tenminste interessant is om sociale woningen te bouwen. Een man morst bier. Presentator Prem Radhakishun houdt er de moed in en kondigt aan dat er na het debat nog gelegenheid tot speeddaten met de kandidaten is. Er is hoop en al veertig man komen opdagen.

We doen ons beklag tegen Leo de Kleijn, fractieleider van de SP in de Rotterdamse gemeenteraad en negentiende op de lijst voor de Tweede Kamer. "De politiek is momenteel gewoon niet populair", riposteert hij.

"Veel mensen hebben het gevoel dat het toch niks uitmaakt, of ze nu door een hond of door een kat gebeten worden. Ze hebben wel in de gaten dat de economische crisis en de bezuinigingen hen raken of zullen raken. Maar het vertrouwen in oplossingen, in de mogelijkheid van een uitweg, is klein." Dat de SP wel mensen begeestert komt volgens De Kleijn omdat zijn partij als 'anders dan de rest' wordt gepercipieerd.

Toch besliste de laatste weken, zo blijkt uit de peilingen, nogal wat volk dat vorige maand nog voor SP wilde stemmen dat straks niet te doen. De Kleijn vertelt over het linkse gezicht dat de PvdA zich de laatste tijd weer aanmat. Maar ook over de voorzitter van de patroonsorganisatie, die het SP-programma 'gru-we-lijk' noemde, het cravattentijdschrift Quote dat SP-leider Emile Roemer met een kettingzaag afbeeldde, en de dagelijkse tackles van De Telegraaf – met beide voeten vooruit.

Een mens vraagt zich af waar die verbetenheid vandaan komt. Een van de kernpunten van Roemer is begot een sociaal pact om er met werkgevers en werknemers, allemaal samen, de schouders onder te zetten. Dat zo'n alliantie nu niet bepaald op klassenstrijd rijmt, merken we op.

De SP-kandidaat rolt op zijn gemak een sigaret. "Eigenlijk hebben wij een sociaal-democratisch programma", steekt hij van wal. "Je kan in de huidige context zeggen: een links sociaal-democratisch programma, omdat het ook duidelijk stelling neemt tegen de neoliberale politiek van Europa. Maar als je het vergelijkt met het programma van oud-PvdA-premier Joop den Uyl in de jaren zeventig dan is dat van de SP vandaag een stuk rechtser."

Hij ziet onze verbazing en lacht. "Al die aanvallen op de SP bevestigen het beeld dat je anno 2012 met een sociaal-democratisch programma flink wat angst bij de burgerij kan wekken."

Het haar van Samsom

Bij een pitaman aan het station eten we voor de prijs van een pakje tabak een vegetarische roti. We installeren ons op een paar meter van een tafel met vier man, en horen dat de PvdA volgens de laatste peilingen op 35 zetels komt. Waarmee de partij van Samsom voor het eerst de VVD van premier Mark Rutte bij beent.

In de Volkskrant lezen we: "Wat is het geheim van Diederik Samsom? Begin bij zijn partijgenoten niet over zijn donshaar, zijn stropdas of zijn stem – die tijdens zijn publieke optredens toch zeker een paar tonen is gezakt. Dat helpt misschien allemaal een beetje, zeggen ze, maar je wint er geen verkiezingen mee."

Deze reportage verscheen op 10 september op DeWereldMorgen.be

maandag 16 juli 2012

Alleen Amélie?


Elk jaar, wanneer de lente overloopt in de zomer en onze openbare omroep FC De Kampioenen van onder het stof haalt, zorgt Boek.be dat er in de ministeriële valiezen die in de buik van vliegtuigen of op de rug van gezinsauto’s meereizen minstens één recent boek van eigen bodem zit. Kwestie van onze excellenties op de hoogte te houden van het knetteren der Vlaamse letteren.

In de keuken van de kleine boekentempel van EPO, waar zeven op zeven de vlag uithangt, zorgde de selectie van dit jaar, die deze week bekend werd gemaakt, voor gegrinnik. Steven Vanackere vindt straks tussen zijn onderbroeken en teenslippers Peter Mertens (Hoe durven ze?), Vincent Van Quickenborne Gilbert De Swert (Het pensioenspook), Pieter De Crem Ludo De Brabander en Georges Spriet (Als de NAVO de passie preekt), en Laurette Onkelinx Jef Peeters (Een veerkrachtige samenleving).

Anders gezegd: voor de minister van Buitenlandse Zaken een vlammende analyse van een systeemcrisis, voor de minister van Pensioenen een betoog over de pensioenen dat de privéverzekeraars ervan langs geeft, voor de minister van Defensie één lange uithaal richting “de militaire structuur die bestaat ter bescherming en uitbreiding van het kapitalisme”, en voor de minister van Sociale Zaken een relaas over de samenhang tussen de ecologische crisis en de wereldwijd groeiende sociale kloof. Alsof je Albert Frère Het Communistisch Manifest cadeau zou doen.

Dáár wilden wij nu eens een stukje over plegen, zie. Bij wijze van vrolijke paukenslag. En ook wel als lofzang op Boek.be, de Vereniging van Vlaamse uitgevers, importeurs en verkopers van boeken. Want je moet het toch maar doen.

Maar toen overleed de Brusselse psychoanalytica en schrijfster Jacqueline Harpman.

Jacqueline wie?

“Om te beginnen een bekentenis”, opende Lieven Vandenhoutte daags na haar verscheiden het Radio 1-programma Nieuwe Feiten, een van de zeldzame Vlaamse media die het nieuws oppikten. “Er zaten deze middag medewerkers aan onze redactionele eet- en vergadertafel die tot vandaag dachten dat er maar één Franstalige Belgische schrijfster was. Ter penitentie moeten zij tegen vrijdag het volledige oeuvre van Amélie Nothomb lezen. Uiteraard in het Frans.”

Wij sloegen de penitentie over en namen Harpmans bekendste werk, Het strand van Oostende, mee naar huis. In het Nederlands – het stond in de bibliotheek van onze uitgeverij, naast Hikmet z’n Mensenlandschappen. Op het perron van Antwerpen-Berchem lazen we de eerste zin: “Zodra ik hem zag wist ik dat Léopold Wiesbeck de mijne zou worden. Ik was elf, hij vijfentwintig.” Veertig minuten later stapten we uit in Gent-Dampoort. Twee haltes te laat maar vooral zestig bladzijden verder.

De avonden en nachten die volgden verslonden we ook Harpmans twee andere naar het Nederlands vertaalde boeken: Orlanda – waarin de geest van een vrouw tijdens het lezen van Orlando van Virginia Woolf in een mannenlichaam kruipt – en Ik die nooit een man heb gekend – over veertig vrouwen die in een onderaardse kelder gevangen zitten en een vertelster die uiteindelijk als enige overblijft.

Het is soms moeilijk uit te leggen waarom een schrijver je imponeert. In het geval van Harpman niet. Die taal! Bij haar wordt elke zin een feest. Maar ook: die wonderlijke personages in wonderlijke situaties. Er is nooit zoiets als de schrijfster Harpman en de psychoanalyste Harpman geweest. “Psychoanalyse en literatuur, het zijn voor mij de twee benen van een stemvork, zei ze ooit in NRC. “Je tikt tegen de één en de andere trilt mee.”

Maar eigenlijk doet dat hier allemaal niet toe. Harpman zette ons vooral aan het denken. Hoe is het mogelijk dat geen mens in Vlaanderen haar werk, bekroond en geprezen van Australië tot Canada, kent? Ze was verdorie een Brusselse. Kan Boek.be alstublieft alsnog een van de boeken van Harpman in een ministriële valies steken. Een Vlaamse?

donderdag 26 april 2012

donderdag 16 februari 2012

In NRC verscheen een stuk van Thomas Blondeau over de bloemlezing 20 onder 35 waar ook uw dienaar een bijdrage voor schreef in het bijzonder en over jonge schrijvers in het algemeen. Daarin lees je:
Als je ervan uitgaat dat ieder verslag is gekleurd door de waarnemer, is het aan de schrijver om dat mechanisme bloot te leggen. Dat kan op een radicale manier, zoals bij Dautzenberg, of op de new journalism 2.0-aanpak van Thomas Blommaert of Stijn Tormans.

donderdag 6 oktober 2011

"Een bloemlezing van twintig mensen die het bestaansrecht van de literatuur verjongen"

Donderdag werd bij uitgeverij Prometheus in Amsterdam Agents-provocateurs: 20 onder 35 voorgesteld. Voor die bloemlezing schreef uw dienaar het kortverhaal Zoekt gij Boel?. Als dat geen aanleiding voor mijn eerste bericht in een jaar is! Hieronder de flaptekst van de bundel:
Elke periode in de geschiedenis krijgt de literatuur die ze verdient. Dat betekent in deze tijd een oververtegenwoordiging van proza dat appelleert aan een vergrijzende bevolking. Er is een stroom aan verstilde boeken die op een uitgekauwde manier platgetreden thema’s behandelen behaagzuchtige romans die inderdaad de dood van het genre lijken in te luiden. Maar het kan ook anders. Literatuur kan met zichzelf in dialoog treden en de tijd waaruit zij voortkomt beïnvloeden. Voor Agents-provocateurs: 20 onder 35 gingen samenstellers Hassan Bahara en Thomas Blondeau op zoek naar Nederlandse en Vlaamse schrijvers onder de 35 jaar in wier werk deze ambities zijn terug te vinden. Ze zochten schrijvers die authenticiteit met vernieuwing vermengen, die romans of essaybundels schrijven waarin geen knieval wordt gedaan, maar die zich ook niet afwenden van het publiek: agents-provocateurs in dienst van de literatuur. In deze bundel zijn de schrijvers te vinden door wie de literatuur de eenentwintigste eeuw zeker zal overleven.

donderdag 24 juni 2010

De Ho van Herentals


35 jaar bevrijding Saigon :: Het bewogen leven van Frans De Boel alias Phang Lang

Op 30 april is het precies 35 jaar geleden dat de Amerikanen hun biezen pakten in Vietnam. Ons televisienieuws zal beelden tonen van een napalm hoestend en spuwend land en van in zee vallende helikopters. Maar in Berchem zal er iemand zijn eigen film afspelen. In het bewogen leven van de 86-jarige Frans De Boel nemen zijn vier jaar bij de Vietminh, het gewapende verzet tegen de voorgangers van de Amerikanen, de mooiste plaats in. Het onwaarschijnlijke relaas van een Kempenzoon die na veel vijven en nog meer zessen transformeerde in een Vietnamese communist.


Een oude man met wit haar en wankele pas giet u Laotiaanse thee in en biedt u in één adem een portie vissenkoppen aan. “Gezond en goedkoop”, knipoogt hij. “Ze komen van de markt.” Ge bedankt beleefd en kijkt naar de Vietnamese vlagjes aan de muur en de stapel lectuur op de tafel in de living. Twee boeken liggen open: Délégitimer le capitalisme van François Houtart – met als opdracht “à mon copain Frans” – en een woordenboek Frans-Nederlands. Het sociaal appartement van Frans De Boel is sober ingericht, maar er liggen precies lijnen naar heel de wereld.

Het was september vorig jaar dat ge hem voor het eerst ontmoette. De nieuwe groepspraktijk van Geneeskunde voor het Volk in Hoboken had net z’n deuren geopend. De vogels floten alsof het juni was, ge stond met een Vietnamese kameraad de buitengevel van het nog naar nieuw ruikend gebouw te monsteren en plots dook hij op voor uw neus, Frans De Boel. Begon in vloeiend Vietnamees een gesprek met uw maat. Vaneigenst dat ge verbijsterd waart. Alsof uw bompa u plots in het Berbers zou aanspreken.

Hoe, wat, wie, waarom en wanneer? Ge wist niet wat eerst vragen. Maar in welke volgorde ook, sommige verhalen dienen opgeschreven en bewaard te worden. Zo ook die van Frans en zijn kleine en grote oorlogen in Herentals, Hannover, aan het Oostfront, in Vietnam en Laos en later terug thuis.


Voorspel: van het Oostfront naar Vietnam

Frans De Boel heeft heel de wereld gezien maar blijft ene van Herentals, de gemeente van wielerlegende Rik Van Looy. En in de jaren twintig en dertig ook van pa Jan De Boel, die op zijn elfde stopte met school maar wel de Theofiel Boemerang van de Kempen werd. “Jan De Boel mag stront slijten, de mensen kopen het nog”, grinnikten cafévrienden geregeld en meestal was dat met meer bewondering dan afkeuring. “Hij was een socialist, een enfant terrible en een vrouwenloper”, schetst Frans zijn verwekker. “En hij dronk niet, hij zoop.” Dat pa De Boel meer commerçant dan pedagoog is, blijkt ook als ma De Boel sterft. Ze is amper 31 en de dan elfjarige Frans en zijn vier jongere zussen starten een lange Ronde van de Kempen langs weeshuizen, internaten en tantes.
Vijf jaar later staat de Tweede Wereldoorlog voor de deur. Frans, die als leerjongen bij een bakker werkt, weet alles van gist en bloem maar vraag hem niet wie Hitler is. Toch fietst hij op een blauwe maandag naar de gendarmerie van Mechelen om zich op te geven: hij wil tegen de Duitsers vechten. “Bij ons in Herentals was iedereen tegen den Duits”, bromt hij, alsof hij u een verklaring wil geven. De gendarmen lachen eens hartelijk en sturen hem weg. Hij is juist zestien, op die leeftijd moet ge achter de meiskes lopen.
Helaas. Frans heeft andere muizenissen: hij heeft honger en zoekt werk. ‘Erst das Fressen, dann die Moral’, de bekende uitspraak van Brecht, blijkt ook in Herentals te gelden. Op aanraden van een nonkel gaat de jongen die eerst tegen de Duitsers wilde vechten werken in Duitsland. Ge schrijft 1940 en 1941. “In de buurt van Bremen legde ik met Vlamingen en Tsjechen Duitse wegen aan”, legt hij uit. “En later hielp ik in Hannover een boer zijn oogst binnenhalen.” Hij komt er zowaar in een warm nest terecht en dat doet iets met een mens die al jaren geen thuis meer heeft. Klein detail: de aimabele boer is ook lid van de Duitse NSDAP.
In zijn jeugd hadden de zwartrokken van Herentals al flink hun best gedaan om Frans te waarschuwen tegen de Russen. “Als wij op een stront trapten, zei de leraar: ‘er hangt een communist aan uw schoen’.” De Hannoverse boer doet daar nog een schepje bovenop. Leert hem zijn rechterarm strekken en zet hem een paar maanden later zingend op een trein naar het Oostfront. Frans is achttien en nog altijd meer kind dan man. “Wat wist ik van nazisme en communisme? Mijn kop was zot gemaakt.” Met de omsingeling van Stalingrad beleeft de Kempenzoon nog net het keerpunt van de Tweede Oorlog. Hij is er vet mee. Sneeuw, slijk, barre kou en stapels lijken aan beide kanten: het Oostfront is één grote nachtmerrie, zelfs als ge in een Vlaams Legioen zijt ingedeeld. De tyfus velt hem maar redt misschien ook zijn leven: het is een ticketje weg van het front.
Terug in België gaat het allemaal weeral rap. Frans wordt eerst veroordeeld tot zeven jaar dwangarbeid wegens collaboratie, komt in de mijn van Beringen terecht maar gaat daar na een jaar lopen. Zonder geld of papieren sukkelt hij tot in Parijs, waar hij zich uit pure armoei bij het Vreemdelingenlegioen aansluit. Een twaalf maanden lange opleiding onder de Afrikaanse zon later zit hij op een boot naar Vietnam. “Dat altijd van alles willen zien en doen, zat er van jongsaf in bij mij”, zal hij op het einde van uw gesprek mompelen.


Eerste bedrijf: met het Vreemdelingenlegioen in Vietnam

Frankrijk zet zijn Vreemdelingenlegioen in Vietnam in om korte metten te maken met de Vietminh, het volksverzet dat onder leiding van Ho Chi Minh een guerrillaoorlog voor onafhankelijkheid uitvecht. En het is dan wel onder een andere vlag maar opnieuw mag onze vriend uit Herentals belangen verdedigen die de zijne niet zijn. Toch is de Frans De Boel van 1942 niet de Frans De Boel van 1948. Hij is niet alleen sadder maar ook wiser teruggekomen van het Oostfront. Bij de eerste militaire operatie is zijn geweer ‘toevallig’ geblokkeerd. “Ik heb nooit een kogel geschoten naar een Vietnamees, ik kon dat niet”, zegt hij alsof hij u duidelijk wil maken dat hij niet zomaar een huurling is.
Hij vertelt u over zijn intrede in Vietnam, aan boord van het schip van het Vreemdelingenlegioen dat de haven van Da Nang binnenvoer. Een van de legionairs pakte een conservenblik van op het dek en smeet het met volle kracht naar een Vietnameeske dat met zijn grootvader in een sloepje zat. “Die kleine kreeg het recht in zijn gezicht en begon te bleiten. Godverdoeme, ik was daar slecht van. Ik haatte het Legioen vanaf dag één.”
Hoe langer de Kempenaar in Vietnam vertoeft, hoe meer hij zich afvraagt wat de Fransen daar zitten te doen. Zijn eerste poging om de benen te nemen, komt er na nog geen twee maanden. Maar tussen willen en kunnen vluchten is er een groot verschil. “Ik dacht eerst nog: ik zal wel iemand tegenkomen die me wil helpen. Maar de Vietnamezen hadden schrik van mij! Ik ben dan maar altijd rechtdoor blijven lopen. Na een tijdje zat ik verdomme in de bossen en voor ik het wist viel de duisternis.” Frans De Boel slaapt in een gat in de grond, bedekt zich met blaren en kan nog navertellen dat een tijger hem besnuffelde. Maar misschien moet ge hem zelf maar eens vragen naar van die verhalen waar ge u aan kunt opwarmen. Feit is dat hij geluk heeft dat zijn engelbewaarder hem terug tot op het kwartier van het Legioen begeleidt. Hij rilt als een riet en is zo ziek als een hond. Een vorm van malaria, zo blijkt later.
Een Brusselse sergeant houdt hem uit het cachot maar zijn carrière op het slagveld is voorbij nog voor ze begonnen is. “Ik kreeg een spoedcursus morse en belandde op de administratie”, herinnert hij zich. “Dat klinkt bijna even saai als het was. Ik was geen bureauman en verveelde mij dood.” Al een geluk dat hij in contact komt met Vietnamezen en min of meer bevriend raakt met een schoenpoetser en een straatverkoper. “In ’t weekend ging ik daar dan al eens op bezoek en at ik soep met zwarte bonen. Zij vonden dat geel goe. Ik moest daar niet veel van hemme.” (snel) “Maar iedereen zijn goesting, hé.”
De verschillende culinaire smaak ten spijt groeit de sympathie langs beide kanten. Bovendien raakt de Belg er steeds meer van overtuigd dat de Vietnamezen een gerechtvaardigde strijd voeren. Aan vrienden die – o ironie – rechtover de post van het Vreemdelingenlegioen wonen, stelt hij op een dag de vraag die al maanden op zijn lippen ligt: kunt gij mij in contact brengen met de Vietminh? “Ze deden het bekanst in hun broek”, grinnikt hij alsof hij hun gezichten nog kan zien. “Maar ze hebben me na een tijdje toch geholpen. Op een zondag zijn ze me in het grootste geheim komen ophalen.” Frans is op dat moment net geen jaar in Vietnam.


Tweede bedrijf: de Herentalse afdeling van de Vietminh

Een paar jaar daarvoor marcheerde onze vriend uit Herrentals nog onder SS-vlag naar het Oostfront. Maar na twaalf maanden Vietnam bekeert hij zich dus tot Marx en Lenin. Hij begrijpt uw verbazing en begint een monoloog. Dat hij in zijn jong leven al dikwijls over solidariteit en broederschap en wat al meer had horen spreken, maar al even dikwijls bedrogen uit was gekomen. Dat hij in Vietnam was beginnen nadenken over de kant die hij had gekozen. En dat hij een schok kreeg toen hij de Vietminh bezig zag: alsof hij plots besefte dat een soldaat méér kan zijn een vechtjas. “In de Vietminh zaten geen haatdragende mensen. Ze wilden de bezetters buiten, maar niet per se dood. Ik heb dikwijls gezien hoe ze Fransen wegjoegen in plaats van hen om te brengen. En het verzet toonde enorm veel respect voor de bevolking”, vertelt hij zoals een trotse vader over zijn zoon. “We hadden enorm veel contact met de gewone Vietnamezen, we steunden en hielpen hen langs alle kanten. Maar we kregen ook veel terug. Ik dacht: als dat communisme is, dan wil ik ook communist worden.”
Drie jaar lang, van 1948 tot 1951, doet Frans De Boel dag en nacht verkenningen. Hij vertelt het alsof hij over een jongensdroom praat, al kunt ge u niet voorstellen dat er in zijn generatie droomden van een leven in de jungle. En denken dat die Vietnamezen hem die eerste maanden in de administratie staken! Hij lost dat op door non-stop iedereen de oren van zijn kop te zagen: “IK WIL VECHTEN”. En ge merkt op dat hij in blokletters spreekt. Maar zijn leven valt in zijn plooi, daar in Vietnam. Alleen het eten zorgt in het begin wat voor ambetantigheid. “De Vietnamezen kwamen toe met één kip voor 35 man. Maar ik frette op mijn eentje een kip op!” Hij lacht luid en vervolgt dat zijn maag al bij al rap aangepast was.
Niet alleen zijn maag. Trek een andere Vlaming weg uit zijn vertrouwde klei en hij wordt zot. Frans De Boel spreekt na een jaar Vietnamees en heeft vriendschap met half Da Nang, de streek waar hij langst rondliep. “Ik zag de Vietnamezen graag en zij zagen mij graag.” En mochten er in die tijd wat meer camera’s geweest zijn, iedere boer had met de blanke officier op de foto gewild. In die drie jaar vervelt hij tot Phang Lang, zijn Vietnamese naam die ‘victory’ betekent. Onze vriend wil van ze leven niet meer weg uit Vietnam.


Derde bedrijf: drama in Laos, bak in Frankrijk

In de drie jaar dat de Kempenaar voor de Vietminh vecht, raakt hij zwaar gewond. Eerst bij een Hollywoodiaanse actiescène waarbij de Vietminh een post van het Franse leger binnenvalt, Frans een sabel in een legionairenhals ploft, maar zelf in de borst wordt geschoten. Zijn kameraden hebben hem al half opgegeven, maar hij ontsnapt door zich in een ravijn te storten. De kogel is afgeschampt op zijn rib. Meer dan zestig jaar later vloekt hij nog. Niet om zoveel boerengeluk, wel om de post die toen in Vietnamese handen had moeten vallen.
Maar ge zit op een dwaalspoor, want ge moet eigenlijk naar de triestigste dag uit zijn leven. In maart 1952 trekt Frans De Boel met een Vietminhcompagnie naar Laos, waar de strijd tegen de Franse bezetters ook woedt. Hij heeft er zowaar nog meer contact met de bevolking dan in Vietnam en krijgt er de bijnaam Hoemi toebedeeld: hij die geluk brengt. “Maar veel geluk heb ik daar verdomme niet gehad”, zucht hij. De Fransen schieten hem in been en voet. “Ik stak mijn handen omhoog en dan schoot die rotzak nog in mijn elleboog”, gromt hij.
Het is gedaan met zijn Vietnamees avontuur en hij weet het. De tranen vloeien minder door de schotwonden dan door de emoties. Hij wordt nog in Saigon, het huidige Ho Chi Minhstad, geopereerd en in de cel gezet. Maar een paar maanden later vliegt hij onherroepelijk terug naar Frankrijk. De kleine Frans De Boel uit Herentals wordt veroordeeld tot de doodstraf, later omgezet in tien jaar. Van een communistische gevangenisdirecteur (!) in Marseille krijgt hij nog een orthopedische schoen voor zijn aan flarden geschoten voet, op meer moet hij niet rekenen. Met rode deserteurs wordt niet gelachen, noch in ’t Vreemdelingenlegioen noch in Parijs.


Epiloog: terug naar Vietnam

Tegen dat Frans vrijkomt, is de wereld veranderd. Hij is 42, haalt via avondschool nog een diploma boekhouden en wordt ambtenaar. Maar terwijl hij een normaal bestaan probeert op te bouwen, blijft Vietnam knagen zoals een onbereikbaar lief. De Fransen zijn er buitengebonjourd en z’n oude kameraden van de Vietminh hebben de touwtjes van het noorden in handen. Maar in het zuiden worden de Fransen vervangen door de Amerikanen.
Hoeveel keer heeft hij in die jaren niet aan de Vietnamese ambassade gestaan? Klaar om heel zijn boel op te geven en terug voet aan zijn geliefde grond te zetten? Het is er nooit van gekomen. Omdat het in die tijd diplomatiek niet makkelijk was, maar ook omdat hij al een vrouw en twee kinderen had. Die neemt ge niet zomaar even mee naar de Mékong. Dat hij nog lang in vergeelde fotoalbums heeft zitten bladeren. En een van de drijvende krachten van het ondertussen ter ziele gegane Vietnamhuis in Antwerpen was.
Pas in 1996 keerde hij voor het eerst terug naar Vietnam, waar hij met alle mogelijke decoraties wordt beladen. Ontvangen als een koning. “Neen zenne, als een kameraad”, corrigeert hij. “Mijn oude maten waren juist hiel kwaad op mij. Ik was veel te lang weggebleven.”

woensdag 14 oktober 2009

Wijkwerking in Sint-Niklaas: intimiteit of intimidatie?


Als het regent in Molenbeek, druppelt het in Sint-Niklaas. Twintig gewapende agenten zetten eind september hun bivakmuts op en vielen sociale woonwijk Peter Benoitpark binnen. Een nieuw model om spanningen in “probleembuurten” tegen te gaan? Als oud-buurtwerker van de wijk zit ik toch met een paar vragen.

Voor mij ligt een foto van J. waarop hij een jaar of vijf is. Fier poserend op een of ander kerstfeestje in de wijk, met zijn broer en een paar andere gasten waakzaam op de achtergrond. De foto dateert van 2002. J. is ondertussen twaalf. Eind september was hij een van de tieners/kinderen uit de Sint-Niklase wijk Peter Benoitpark die onder bedreiging van een politiegeweer tegen de bruine, bakstenen muur van een van de appartementsblokken moest gaan staan. Drugsrazzia, met de groeten van een twintigtal gewapende agenten-met-bivakmuts die uit anonieme wagens waren komen springen. “Het was precies zoals in de film”, vertelde een bewoner. Volgens een getuige drukte een van de “Robocops” een pistool tegen J. zijn hoofd.

In Het Laatste Nieuws van 9 oktober zegt korpschef Jack Van Peer dat “de aanpak bij zo’n operatie wel anders is dan de inwoners van onze politie gewoon zijn. Er komt geen wagentje van het MO-team aangereden met een agent die een vriendelijk praatje slaat”. Van Peer vertelt dat het de politie “niet te doen was om de kleine garnalen, maar om de dealers.” Aan de actie zou ook “heel wat observatiewerk” vooraf zijn gegaan. Voor wie de uitleg van de plaatselijke Eerste Uniform leest, is er geen twijfel mogelijk: het Peter Benoitpark is het mekka van de Sint-Niklase drugshandel.

Bij mij deed dat nieuws de wenkbrauwen fronzen. Ik ben dan wel al een paar jaar weg uit de wijk, ik ken er nog steeds God en klein Pierke. Bovendien is het Peter Benoitpark een totaal ingesloten buurt: twee Oostblokachtige appartementen, twaalf huizen, een voetbalveldje en een stedelijk buurthuis. In de wijk, het wijkje – er wonen amper 250 mensen, zijn geen cafés waar dealers hun waar kunnen verkopen, noch theesalons, noch vzw’s. Niks. Dealen op straat is ongeveer het domste wat je kan doen, want geen hoogbouwwijk waar de sociale controle zo groot is. Wordt er dan niet geblowd? Toch wel. En wellicht zullen die blowers al eens wiet meebrengen voor elkaar uit Nederland. Maar georganiseerd dealen? En iets anders dan softdrugs? Een arm wil ik er niet op verwedden, maar het zou me sterk verbazen.

Opbrengst van de razzia: een paar gram wiet?
Hoe dan ook, mocht er sprake van dealen geweest zijn, dan is dat bij deze opgelost. “De drugsdealers zijn weg, het drugsgebruik kan hierdoor dalen, de kleine criminaliteit daalt meteen mee en dat komt de leefbaarheid van de wijk ten goede”, aldus de korpschef. Iedereen content. Toch is er iets vreemds aan de hand. De resultaten van de actie, zo geeft Van Peer wat schoorvoetend toe, liggen “beneden de verwachtingen”. Voor wie het Peter Benoitpark aanziet als een drugshol is dat zonder meer het understatement van de eeuw. De politie zou met moeite een paar gram wiet in beslag genomen hebben.

De vraag die mij bezighoudt is niet: is de politie nu zo’n bende prutsers dat ze een duizenden euro’s kostende operatie opzet voor een belachelijk kleine hoeveelheid softdrugs? Wel: gelooft de politie zelf dat het Peter Benoitpark Klein Amsterdam is, of heeft ze een reden om die wijk zo voor te stellen? Toen een van de aangehouden gasten twee dagen na de feiten zijn tijdelijk in beslag genomen gsm ging ophalen op het politiekantoor, informeerde hij nog eens naar de aanleiding van de raid. Antwoord: "we wilden tonen dat we ook nog bestaan".

Wie beweert dat het Peter Benoitpark een veredelde no-go zone is, is niet goed wijs. Of wil het ego van de tien daar rondhangende snotneuzen strelen. Waarmee ik de reële, al jaren bestaande spanningen niet onder de mat wil schuiven, maar die hebben toch andere en complexere oorzaken dan ‘dealende schoffies’. Misschien vatte het beeld van M. en zijn twee maten, alle drie een jaar of 14, de onzin van de raid nog het beste samen. Geld samen leggend voor een Red Bull in Frituur ’t Brugsken klonk het niet zonder trots: “nu zijn we helemaal het getto van Sint-Niklaas, jong.”

De mix tussen jonge families van buitenlandse afkomst en Vlaamse gepensioneerden is geen garantie voor eindeloze polonaises op buurtfeesten. Maar, zoals een verontwaardigde buurtbewoner getuigt in Het Laatste Nieuws, “zowel bewoners als buurtwerkers spannen zich al jaren in om er een degelijker buurt van te maken en dat lukt ook. De actie van de politie heeft jaren werk om een goede samenleving te bevorderen kapotgeslagen. Deze aanpak is onverantwoord.” Zonder een wakkere journalist was geen kat in Sint-Niklaas op de hoogte geweest van de inval in het Peter Benoitpark. Nochtans: als het een beleidskeuze is om, na jarenlang in buurtwerk te hebben geïnvesteerd, paramilitairen in te zetten in de wijken, dan mag het schepencollege dat wel eens meedelen aan de bevolking.

Op het verkeerde spoor - open brief aan de burgemeester en korpschef van Sint-Niklaas

Die maandagavond in het station van Sint-Niklaas, iets na elven. Eén uitgang van het perron is afgesloten, aan de andere staan enkele zwijgzame politiemensen, in burger maar met een oranje armband. Een of andere actie, denk ik. Maar ik ben eigenlijk te moe om te denken, en omdat niemand iets vraagt, ga ik naar beneden. Daar bijkt dat ik er niet ver naast zit. Enkele uniformen spelen een eigentijdse versie van Schipper mag ik overvaren. ‘Gij moogt door, gij niet!’ Ik hoor bij de pechvogels.
Een man met militair postuur en een hoog testosterongehalte heeft de leiding van de actie. Geen woord uitleg, geen ‘dit is een drugsactie’, geen ‘we gaan u even controleren en als u niks op zak heeft, kan u direct vertrekken’. Wel het kordate verzoek om tegen het nadarhek te gaan staan met onze tas voor ons. Dat het de man menens is, blijkt als mijn buur het waagt zijn rugzak naast zich neer te zetten: “Vóór u, heb ik u gezegd! Of verstaat gij soms geen Nederlands?“

Een andere man heeft het lef het voorzichtig te vragen of dit lang zal duren, want zijn vrouw staat te wachten. Ook hij krijgt onmiddellijk lik op stuk: “Gij staat hier niet voor uw plezier, wel wij ook niet. Maar gij kunt pas vertrekken als wij dat zeggen”.
De drugshond is al twee keer komen snuffelen bij mij en mijn toevallige lotgenoten. Tevergeefs. Ook een derde keer levert geen resultaat op. Toch is het theater nog niet gedaan. Een beter opgevoed agent loodst me een tent binnen. Zakken leegmaken. Schoenen uitdoen. Rugzak ondersteboven – wat zit er in die brief? Een kaartje van een collega naar aanleiding van mijn afscheid bij de stad, meneer. Uitgebreid fouilleren. “Zeker dat ge geen drugs gebruikt?” vraagt hij. Ik ben nu al meer een half uur van kop tot teen onderzocht door mens en dier, en in plaats van een vriendelijk schouderklopje en een “bedankt voor uw tijd”, volgt nu dit! “Uw ogen staan nogal flauw. Ha, ge zijt moe?” Hij lacht.

Uiteindelijk krijg ik mijn identiteitskaart terug, en mag ik vertrekken. Maar niet zonder dat ik eerst nog word verzocht mijn gsm-nummer op te schrijven. Als ik uitleg vraag, zegt een agent dat dit ‘standaard’ is. “Voor het geval er nog iets is.” Ik heb genoeg van dit circus, en weiger. Het nummer van mijn vaste lijn kunnen ze krijgen, dat staat in het telefoonboek. Maar mijn gsm-nummer? Vergeet het. Ik fiets met een wrang gevoel naar huis. Hebben de agenten geweld gebruikt? Neen. Hebben ze zich bezondigd aan racisme? Neen, toch niet direct. Het zal wel toeval zijn dat twee van mijn drie lotgenoten van die avond van allochtone afkomst waren, zoals het ook wel toeval zal zijn dat ook een bejaarde Marokkaan niet ontsnapte aan de controle, en een Aziatische man zonder papieren op een denigrerende manier werd toegesproken. Maar het is dat irritante u-gaat-mij-hier-toch-niet-beginnen-tegenspreken-zeker-toontje... dat misselijkmakende ik-ben-hier-in-uniform-en-als-ik-zin-heb-om-u-een-uur-te-houden-dan-hou-ik-u-een-uur-sfeertje... die zieke mentaliteit van burgers voor drugbezitter houden tot het tegendeel bewezen is.


De politie uw vriend? Toch niet de mijne, die bewuste maandagavond. Ik zou het heel erg appreciëren als u zou willen antwoorden op deze drie vragen:

1. Is het de gewoonte dat de politie geen gebenedijd woord uitleg geeft aan mensen die zonder enige aanwijsbare reden uit een groep pendelaars worden gepikt? Zelfs geen ‘heren, dit is een drugscontrole. We gaan dit doen en we gaan dat doen. En als alles oké is, kunnen jullie gewoon verder.’

2. U hoort me niet beweren dat drugscontroles moeten ingezet worden met een polonaise op de tonen van Frans Bauer. En een pintje en een boterham-met-kop tussen de hondenshow en het fouilleren door. Maar is er een ongeschreven wet die zegt dat zulke acties moeten doorgaan in een bijna militaire sfeer van onvriendelijkheid? En is het de gewoonte dat de politie de te controleren mensen behandelt als schuldig tot het tegendeel is bewezen?

3. Wat is de bedoeling van het vragen van het gsm-nummer van de mensen die onderzocht zijn? Wat gebeurt er met de gegevens die op die manier worden verzameld? Is dit wel wettelijk?

Beste groeten,
Thomas Blommaert